Alles over normen en wetgeving
Beeldschermbril
Volgens het Arbeidsomstandighedenbesluit, artikel 5.11, moeten werkgevers werknemers in de gelengheid stellen om bij oogproblemen een oogonderzoek te ondergaan. Indien uit dit onderzoek komt dat een beeldschermbril noodzakelijk is, dan zal de werkgever de kosten hiervoor vergoeden.
De gewoonlijke procedure binnen organisatie is om eerst de werkplek en het werkgedrag van medewerkers op de volgende aspecten te beoordelen:
- Beeldscherminstelling: zie Beeldschermen voor meer informatie.
- Verlichting van de werkplek: hinderlijke reflecties dienen voorkomen te worden, en er moet zorg gedragen worden voor een passend contrast tussen beeldscherm en de omgeving. Let op: in moderne kantooromgevingen kan het voorkomen dat het raamoppervlak en daarmee de mate van lichtinval groot is. De monitor moet in dat geval meer licht uitzenden om een passend contrast te geven. Zie voor informatie over het kiezen van het juiste beeldscherm: ‘Beeldschermen –armen’. Ook kan middels zon- en lichtwering een beter passend contrast gevonden worden. Te veel omgevingslicht is vaak hinderlijker dan te weinig omgevingslicht.
- Werkgewoontes: tweemaal per uur de focus verleggen naar een object op grote afstand kan veel oogongemakken voorkomen (Cheu, 1998).
Indien eventuele aanpassingen niet tot het gewenste resultaat leiden, zal een oogonderzoek gepland worden. Indien de resultaten van dit onderzoek daartoe aanleiding geven, vindt doorverwijzing naar een opticien of oogarts plaats.
Beeldschermen -armen
Er bestaan in verschillende landen verschillende visies met betrekking tot de optimale beeldschermhoogte. In de USA, Groot-Brittannië, België en Nederland (bijv. AI2) is het meest gebruikelijke advies in normen en richtlijnen om de bovenkant van het scherm op of een klein stukje onder ooghoogte te zetten. In Scandinavische landen en Duitsland is het gebruiker om het scherm lager te zetten. Ook de internationale normen gaan uit van een lagere beeldschermpositie (ISO 9241-5).
Ons advies in deze is om het midden van het scherm tussen de 17,5° en 35° onder ooghoogte te plaatsen, dit gebaseerd op de optimale balans tussen comfort, fysieke belasting en productiviteit (Sommerich,, 1998), waarbij het optimum ook afhangt van het al dan niet blind kunnen typen en de zithouding.
Om de optimale hoogte te vinden moeten we dus eerst bepalen wat de ooghoogte is en het scherm dan op of iets onder ooghoogte plaatsen. Bij P90 (langste 5% tot en met de kleinste 5% van de bevolking) ligt de ooghoogte vanaf het bureau gemeten tussen de 48,6 cm en 61,4 cm. (Dined2004). Om het scherm op ooghoogte te plaatsen is dus een verstelbereik nodig tussen 48,6 en 61,4 cm., gemeten vanaf het bureau tot de bovenkant van het beeldscherm. Om uit te komen op een kijkhoek tot het midden van het scherm van 17,5° en 35° is het vaak nodig om het scherm lager te kunnen plaatsen en is dus een groter bereik nodig. Een vuistregel is daarom een bereik van 35-59 cm.
Arbeidsomstandighedenbesluit
Volgens het Arbeidsomstandighedenbesluit, artikel 5.11, moeten werkgevers de werknemers in de gelengheid stellen om bij aanvang van arbeid en op gezette tijden of bij oogproblemen een oogonderzoek te ondergaan. Indien uit dit onderzoek komt dat een beeldschermbril noodzakelijk is, dan zal de werkgever de kosten hiervoor vergoeden.
Arbeidsomstandighedenregeling
Artikel 5.1 van de Arbeidsomstandighedenregeling geeft aan dat het beeldscherm vrij te plaatsen en gemakkelijk verstelbaar en kantelbaar moet zijn, dit kan bijvoorbeeld bereikt worden door het beeldscherm aan een flatscreenarm te bevestigen. Het beeldscherm mag niet een geheel vormen met het toetsenbord (zoals bij laptops het geval is), dit kan opgelost worden door een los beeldscherm en toetsenbord + muis eventueel in combinatie met een dockingstation te gebruiken of door gebruik van een laptophouder in combinatie met een toetsenbord + muis.
In artikel 5.2 staan richtlijnen met betrekking tot de inrichting van de beeldschermwerkplek. Zo moeten reflecties op het beeldscherm vermeden worden, dient passende zonwering gebruikt te worden en mag de apparatuur geen verstoring veroorzaken door geluidsoverlast of warmteontwikkeling.
Bureaustoelen
De gemiddelde Nederlander wordt steeds langer, dat is algemeen bekend. Daarom moeten de normen voor afmetingen van stoelen ook worden aangepast aan deze ontwikkeling. In Nederland is het wettelijk verplicht dat alle bureaustoelen aan de EN 1335 voldoen. Daarmee is echter niet gezegd dat deze stoel ook een ergonomisch optimale oplossing is voor de meeste beeldschermwerkers. Een stoel die qua afmetingen aan de EN 1335 voldoet is slechts geschikt voor 28% van de Nederlandse bevolking. Daarom is door het NEN-instituut een adviesnorm ontwikkeld, de NPR 1813-2003. Deze norm is niet bindend, stoelen die aan deze norm voldoen, zijn geschikt voor een groot deel van de Nederlandse bevolking (de Groot, 2003).
NEN EN 1335-1: wettelijk verplichte minimumeisen voor bureaustoelen
NPR 1813 : niet wettelijk verplichte norm met strengere eisen
| Norm | NEN-EN 13351 | NPR 1813 |
| Armleggers | ||
| Breedte tussen de armleggers | 46-51 cm. | 36-51 cm. |
| Hoogte insteltraject | 20-25 cm. | 20-31 cm. |
| Lengte armlegger | Min. 20 cm. | Min. 20 cm. |
| Breedte armlegger | Min. 4 cm. | Min. 5 cm. |
| Norm | NEN-EN 1335-1 | NPR 1813 |
| Ondersteuning benen | ||
| Zithoogte | 40-51 cm. | 40-54 cm. |
| Zitdiepte | 40-42 cm. Bereik min. 5 cm. |
38-48 cm. |
| Diepte van de zitting | Min. 38 cm. | Min. 44 cm. |
| Breedte van de zitting | Min. 40 cm. | Min. 40 cm. |
| Ondersteuning rug | ||
| Insteltraject lendensteun | 17-22 cm. | 17-23 cm. |
| Hoogte van de rugleuning | 22 cm. | Min. 37 cm. |
| Hoogte van de rand van de rugleuning boven de zitting | Min. 36 cm. | Min. 43 cm. |
| Breedte van de rugleuning | Min. 36 cm. | Min. 36 cm. |
| Aanschuiven aan het bureau | ||
| Afstand voorzijde zitting tot voorzijde armlegger | Min. 10 cm. | Min. 20-24 cm. |
| Onderframe | ||
| Max. lengte tenen + wielen | Max. 36,5 cm. | Max. 36,5 cm. |
| Kantel-veiligheidsmaat | Min. 19,5 cm. | Min. 19,5 cm. |
| Zwenkwielen | Min. DIN 68131 | Geen eisen |
| Norm | NEN-EN 1335-1 | NPR 1813 |
Documenthouders
In de Arbeidsomstandighedenregeling artikel 5.1. staat dat een gebruikte documenthouder stabiel en regelbaar moet zijn, zodat oncomfortabele hoofd- en oogbewegingen beperkt worden.
De documenthouder dient bij voorkeur te voldoen aan NPR 1813. Dit zijn echter geen wettelijk bindende eisen.
• Wanneer er met documenten wordt gewerkt dient men een documenthouder te gebruiken. Hiermee kan het te lezen document enigszins rechtop worden geplaatst zodat het hoofd niet hoeft te worden gebogen bij het lezen van het document.
• de documenthouder moet vrij op het werkvlak kunnen worden aangebracht, als functie van de ergonomische eisen van het soort werk;
• de helling van de documenthouder moet tussen de 25 en 75 graden ten opzichte van het horizontale vlak ingesteld zijn (bij voorkeur instelbaar);
• het steunoppervlak van de documenthouder mag niet kleiner zijn dan de afmetingen van de daarop te plaatsen documenten;
• de documenthouder moet stabiel staan en niet trillen tijdens de bediening van het toetsenbord.
Laptophouders
De Arbeidsomstandighedenregeling geeft in artikel 5.1 een aantal concrete eisen waaraan een beeldschermwerkplek moet voldoen. Zo mag het beeldscherm niet een geheel vormen met het toetsenbord, dit is bij laptops wel het geval, daarom moet een los toetsenbord aangesloten worden, eventueel via een dockingstation.
Verder moet het beeldscherm gemakkelijk te verstellen zijn en kantelbaar zijn. Wanneer een documenthouder gebruikt wordt moet deze stabiel en regelbaar zijn.
Laptoptassen
Hoeveel weegt een gemiddelde laptoptas met inhoud?
In totaal is het gewicht van een laptoptas 4 tot 6 kilogram. Een laptop weegt tussen de 2 en 4 kilogram. Daarnaast zit er in de laptoptas gebruikelijk accessoires: een adapter, papier(en), portemonnee. In totaal 1 tot 2 kilo. Tot slot het gewicht van de tas zelf: tussen de 1 en 2 kilogram.
Hoe lang kan een gemiddelde laptoptas comfortabel en veilig gedragen worden?
Gegeven het gewicht van 4 tot 6 kilo, maximaal 90 meter
Maximum gewicht bij 1-handig dragen ( Mital et al., 1993; NEN-ISO 1128-I http://www.nen.nl/web/Normshop/Norm/NENISO-1122812003-en.htm):
Afstand Gewicht(kg)
30 meter incidenteel: 6,5
60 meter incidenteel: 6,0
90 meter incidenteel: 6,0
Mentale vermoeidheid
Specifiek voor beeldschermwerk is in het Arbeidsomstandighedenbesluit het volgende vastgelegd:
• Artikel 5.10. Dagindeling van de arbeid: De arbeid aan een beeldscherm is zodanig georganiseerd dat deze arbeid telkens na ten hoogste twee achtereenvolgende uren wordt afgewisseld door andersoortige arbeid of door een rusttijd, zodanig dat de belasting van het verrichten van de arbeid aan een beeldscherm wordt verlicht.
In Nederland is in de Arbeidstijdenwet vastgelegd op hoeveel pauzetijd werknemers recht hebben
• Werkt u langer dan 5 1/2 uur, dan heeft u minimaal 30 minuten pauze. Die mag worden gesplitst in 2 keer een kwartier;
• Werkt u langer dan 10 uur, dan is de pauze minstens 45 minuten. Die mag worden gesplitst in meer pauzes van minimaal een kwartier.
Muizen
In de wetgeving staan geen specifieke eisen ten aanzien van muizen. Ook de internationale normen zijn vrij summier, alleen in de ISO 9241-9 staan een aantal richtlijnen met betrekking tot muizen, joysticks, trackballs, tablets, penmuizen en touchscreens. Onderstaand de belangrijkste twee.
“6.2.1 Mice
6.2.1.1 Sensor location
The motion sensing point (such as the rolling ball on the underside of a typical mouse) should be located under the fingers rather than under the palm of the hand.
NOTE The term “finger” includes the thumb.
6.2.1.2 Button motion
The device should be designed such that during its intended use the fingers should be able to make contact and actuate buttons without excessive deviation from a neutral posture.
NOTE “Excessive” means, for example, interfering with accuracy or causing muscular strain.
6.2.1.3 Button actuation
It should be possible to press the buttons on the mouse without reducing control of the device.
6.2.1.4 Resolution consistency
The resolution of a mouse should be independent of both the position of the device on the worksurface and the position of the pointer on the display.
NOTE However, the resolution may be changed by the software or the user.”
“6.2.6 Styli and light-pens
“6.2.6.1 Grasp surface
The grasp surface of the stylus and light-pen should be slip resistant.
6.2.6.2 Activation force
For continuous input using styli, the force requirements to activate the stylus on a tablet should be not greater than 1,5 N.
6.2.6.3 Selector button force
The activation force of the selector button should be between 0,3 N and 1,5 N.
6.2.6.4 Contact area of selector button
A selector button should have a contact surface that contains a circular area with a diameter not less than 5 mm.
6.2.6.5 Size
Cylindrical styli and lightpens should be between 120 mm and 180 mm in length and 7 mm to 20 mm in diameter.
6.2.6.6 Weight
Styli and lightpens should have a mass between 10 g and 25 g.”
Toetsenborden
Het toetsenbord dient los van het beeldscherm te kunnen worden opgesteld (Arboregeling artikel 5.1). Dat geldt tevens voor laptopcomputers, indien men daar langer dan twee uur per dag op werkt. In die gevallen dient een extern toetsenbord te worden aangesloten, eventueel in combinatie met een externe monitor. De onderzijde van het toetsenbord dient stroef te zijn zodat het tijdens het gebruik niet verschuift.
Voorts dient het toetsenbord zo plat mogelijk te zijn, in het midden (ter hoogte van de letters A, S, D, F) in elk geval niet dikker dan 35mm en liefst minder dan 30mm (ISO 9241-4). Een plat toetsenbord voorkomt dat de armen te veel moeten worden opgetild en het beperkt, indien er geen polssteun aanwezig is, bovendien de mate van extensie van de pols bij een verkeerde werktechniek. Indien er wel een polssteun aanwezig is, wordt de mate van extensie daardoor ook beperkt.
De richtlijnen schrijven een hellingshoek voor van 5-12° (ISO 9241-4), een relatief kleine hellingshoek is van belang om overmatige extensie van de polsen te voorkomen. De pootjes van het toetsenbord kunnen, vooral bij personen die blind typen, om dezelfde redenen het best worden ingeklapt.
Om reflectie van invallend licht te voorkomen mogen de toetsen niet spiegelend zijn. De toetsen kunnen het beste worden uitgevoerd in lichte tinten met een donkere opdruk. Het is namelijk gemakkelijker om donkere tekens op een lichte achtergrond te lezen, dan andersom.
De bedieningskracht van de toetsen mag niet te zwaar en niet te licht zijn, bij voorkeur tussen de 0,5 en 0,8 Newton. De verticale verplaatsing mag 1,5 tot 6 mm bedragen, bij voorkeur tussen 2 en 4 mm. De afstand tussen de toetsen dient bij voorkeur 19 mm te zijn (hart van de ene toets tot hart van de naastliggende toets), bij andere dan de functietoetsen mag dit eventueel minder zijn, maar nooit minder dan 15 mm. Het alfanumeriek deel moet visueel (qua kleur) en of ruimtelijk (qua positie) gescheiden zijn van functietoetsen (ISO 9241-4).
Zit-statafel
De werkhoogte van een tafel moet tenminste instelbaar zijn van 60 tot 82cm (minimaal 62-82cm volgens NEN 2449) en bij zit-sta tafels van 60 tot 125cm (minimaal van 62 tot 120cm volgens DIN 2449).
Spraakherkenning
Er bestaat geen wetgeving over spraakherkenning software. Er zijn wel mogelijkheden tot vergoedingen:
Wilt u spraakherkenning gebruiken om aan het werk te blijven of om weer aan het werk te gaan, dan zijn daar diverse vergoedingen voor. Wij hebben hieronder enkele mogelijkheden benoemd. Een voorwaarde is wel dat het oogmerk Arbeid is.
Werkgever
De kosten voor een totaalpakket spraakherkenning zijn in vergelijk met kosten voor ziekteverzuim, zo laag dat een werkgever vaak bereidt is om de kosten te betalen. De instructie kan door de belastingsvoordelen voor een groot gedeelte worden vergoed, de software als kostenpost.
Re-integratie
Een persoon met langdurige klachten kan via een re-integratiebureau of oude werkgever een re-integratietraject aangeboden krijgen waarin spraakherkenning als middel kan worden gebruikt. De kosten van een totaal spraakherkenningpakket kan uit hun eigen middelen worden betaald of door de UWV. Ook wordt de verzekeringsmaatschappij van een oude werkgever gebruikt om een persoon een re-integratietraject aan te bieden.
UWV
Het UWV vergoedt spraakherkenning als voorzieningen bij diverse problematiek. Voor het UWV dient u een offerte te hebben, een ondersteunende brief van een specialist, bedrijfsarts of huisarts en een aanvraagformulier.
De offerte kunt u aanvragen door met ons contact op te nemen. Geef daarbij aan welke klachten u hebt en of u tevens een computer en andere software zoals het office pakket nodig heeft. Ook is het van belang of u ook andere voorziening nodig denkt te hebben. Voor dyslexie kan dat een scanner en voorleesprogrammatuur zijn. Maar is sommige situaties is een draadloze headset eventueel in combinatie met de telefoon of voicerecorder handig.
Een aanvraagformulier vindt u op de site van UWV >> www.uwv.nl. Bij zoeken typt u Voorzieningen in.
Ziekteverzuimverzekeringen
Bij preventie, zowel primair als secundair, wil een Ziekteverzuimverzekering van de werkgever wel eens mee betalen. U kunt als beste dit de werkgever laten navragen bij zijn verzekeringsmaatschappij. Mochten er meer gegevens nodig zijn dan kunt u ons vragen naar de kosten en de voordelen met betrekking tot ziekteverzuim.
Belastingsdienst
Misschien hoort dit onderdeel niet helemaal in dit lijstje thuis maar tegemoetkomingen op trainingen en aanschaf van het spraakherkenningtraject kan ook via de Belastingdienst worden verhaald. Een bedrijf weet de weg meestal wel te vinden, een particulier kan contact met de Belastingdienst opnemen voor meer informatie.




